‘Een lokale zwemvereniging help ik net zo graag als Deltares’
Data engineer bij Rijkswaterstaat
Thijs van Loon groeide op aan de Maas, werd weginspecteur op gemeentelijke wegen en ontdekte daar zijn fascinatie voor data. Nu beheert hij het archief waarin elke meting van het Nederlandse water terechtkomt, tot een waterstand uit 1737 aan toe.
Zijn 1e baan was weginspecteur op gemeentelijke wegen. Ligt het asfalt vlak, hangen er geen takken te laag, zijn er stoeptegels verzakt? Al snel werd hij bij iets anders betrokken: het opwerken en omvormen van de kaartgegevens die daarbij hoorden.
‘Als ik daar op terugkijk, was dat eigenlijk ook al een data engineering job.’ Daar ontstond zijn fascinatie voor data, en vervolgens volgde hij een master Geo-informatica in Wageningen. De programmeertalen Python en SQL kreeg hij daar voor het eerst mee.
Daarna bleef het de vraag: word ik civiel ingenieur of ga ik de ICT in? Tijdens zijn traineeship bij Rijkswaterstaat probeerde hij het uit. Wegenbouw, wegendata, grondverstuiving, water.
‘Uiteindelijk was het antwoord voor mij: water en data.’
Dat water zat er al langer in. Hij groeide op in een gehucht aan de Maas. ‘Daar is mijn fascinatie voor rivieren en water ontstaan. Mooi dat ik dat nu ook in mijn werk terug kan brengen.’
Wat doet een data engineer bij Rijkswaterstaat?
Thijs beschrijft het als een brugfunctie.
‘Een data engineer is de koppeling tussen de data die er allemaal bestaat en de techniek die erachter zit en de vragen die de inhoudelijk deskundigen daarover stellen.’
Hij zorgt dat een vraag van een inhoudelijk deskundige een antwoord krijgt uit de data.
De functietitel trok hem meteen aan. ‘Engineering, dat kritisch en praktisch nadenken over de dingen die je hebt, dat past mij wel. Oplossingsgericht zijn vind ik fijn. Maar dat in combinatie met data, dat je daarmee anderen vooruithelpt, daar kreeg ik ontzettend veel energie van.’
Inmiddels doet hij meer dan dat. Naast het engineeringwerk is hij clustercoördinator van een team van 10 mensen en product owner van het archiefsysteem waar hij 5 jaar aan heeft gebouwd.
Wat zit er in dat archief?
Het archief gaat eeuwen terug en groeit nog elk jaar. Er komen vragen binnen over hoe schoon het water is, maar ook over waterstanden en zeespiegelstijging.
De meting zelf is niet waar het om draait. Neem een waterstand van 15,3. ‘Die eigenlijke meting is helemaal niet interessant. Al die metadata zorgen ervoor dat die ene waarde de juiste betekenis krijgt.’
Achter dat getal zitten tientallen velden. Ten opzichte waarvan is er gemeten, op welke datum, of het optisch is waargenomen van een meetstok, wie de opdracht gaf, wie de data beheert en hoe vaak de meting is gecontroleerd.
‘De grootste opgave is niet het aantal metingen, want dat verwerkt een computerprogramma prima. Het zit in al die metadata. Je moet de juiste kennis hebben om daar inzichten uit te halen.’
Waar komt die data vandaan en wat gebeurt ermee?
Thijs volgt graag de hele keten, van de fles die op zee wordt gevuld tot de rapportage die naar Europa gaat.
Een rapportage moet elk jaar op precies dezelfde manier tot stand komen.
‘Het moet herhaalbaar zijn, voldoen aan de normen en zelfs wetenschappelijk onderbouwd kunnen worden. Zodat er geen twijfels kunnen ontstaan over de methode die we gebruikt hebben.’
En het blijft niet bij een rapport. Is het water niet schoon genoeg, dan volgen er maatregelen. ‘Een vergunning intrekken van een chemische fabriek die aan de rivier staat. Of we zetten de stuwen en kleppen verder open, zodat er meer doorstroomt en de vervuiling verdund wordt.’
Een halfjaar later komt de vraag terug of het heeft geholpen. ‘Dan wordt er opnieuw een boot op afgestuurd, opnieuw een fles in het water gehouden en dan gaat het cirkeltje weer rond.’
Wie gebruiken die data nog meer?
Iedereen die dat wil, want de data staat grotendeels openbaar online.
Dat levert een gemengd gezelschap op. ‘Dat zijn ingenieursbureaus, mensen die langs de Maas wonen en willen weten wanneer ze hun achtertuin moeten leegruimen. Of campinghouders die willen weten wanneer ze dicht moeten en havenbedrijven die de waterstand heel nauwkeurig nodig hebben om te weten hoe vol ze een schip kunnen laden.’
En daar haalt hij zijn voldoening uit.
‘Of het nou een lokale zwemvereniging is die de watertemperatuur van het meetpunt in de buurt op hun website wil zetten, die help ik net zo graag als een grote institutie als Deltares.’
Wat heb je nodig om hier te beginnen?
Volgens Thijs vooral de techniek. De rest leer je hier.
‘De kennis van de keten en ook dat cadmium een chemische stof is die in water kan oplossen, die inhoudelijke kennis doen wij als organisatie graag met je op.’
Wel op een voorwaarde: je moet vragen durven stellen.
‘Het zijn allemaal mensen met hart voor hun vak. Als je die personen iets vraagt over de inhoud waar ze bij betrokken zijn, dan stel je meteen een vraag aan hun hart. Dat zijn collega's die met alle plezier 2 uur met je gaan zitten om het tot in de haarvaten uit te leggen.’
Het lastigste van de rol is volgens hem het vertalen tussen twee werelden: de harde civiele techniek en de ICT. ‘Het is lastig om daar de juiste mensen in te vinden.’ Zelfs tussen data engineers onderling loopt die brug niet vanzelf.
En als je twijfelt?
‘Kom vooral even proeven. De collegialiteit die we hebben en de betrokkenheid van collega's bij het werk zouden je echt positief verrassen.’
Want dat is wat hem hier houdt. ‘Data engineering kun je op heel veel domeinen toepassen. Met mijn achtergrond had ik ook hypotheken kunnen gaan verkopen. Maar de maatschappelijke relevantie die we hier hebben en de warme banden tussen collega's, daardoor blijf ik voorlopig zitten.’
Vragen over data engineering?
Ook Nederland verder helpen met jouw talent?
Lees meer