Applicatiemanager bij Rijkswaterstaat: 'Wij zijn geen systeembeheerders'
Eugène Heijnen hielp ruim 20 jaar geleden de systemen bouwen die het verkeer op de snelweg meten. Nu onderzoekt hij of diezelfde systemen uit kunnen. Als applicatiemanager bij verkeersmanagement zorgt hij dat de techniek doet wat ze moet doen, zonder er zelf aan te zitten.
Als je een melding ontvangt van je navigatie dat het druk is op de A9, dan is de kans groot dat er data achter zit die via Rijkswaterstaat is gelopen. Eugène is applicatiemanager van de systemen die verkeersgegevens op de snelwegen verzamelen en deze vervolgens beschikbaar stellen aan zowel interne als externe partijen.
Hoe snel dat moet, is in 20 jaar flink verschoven. ‘Toen was het al heel wat als je op internet een plaatje kon laten zien van het verkeersbeeld van 5 minuten geleden. Tegenwoordig is het: wat is het verkeersbeeld van een minuut geleden?’
En eigenlijk wil Rijkswaterstaat nog een stap verder. ‘Hoe is de situatie nu en hoe ontwikkelt het verkeer zich het komende uur? Zo kan de routenavigatie ons nog beter informeren en adviseren over de te volgen route.’
Wat doet een applicatiemanager bij Rijkswaterstaat?
‘3 dingen’, zegt Eugène. Allereerst: zorgen dat een systeem beschikbaar is op het moment dat het verwacht wordt. Ten tweede: zorgen dat het morgen ook nog beschikbaar is, dus goed beveiligd en bijgewerkt. En tot slot: erop toezien dat het over 5 jaar nog werkt, eventueel met uitgebreide functionaliteit.
Of juist niet meer. ‘Omdat er dan andere systemen zijn die het hebben overgenomen.’
De gebruikers zijn meestal geen mensen die op een scherm inloggen. ‘Mijn systemen hebben niet echt gebruikers. Het zit meer aan de achterkant.’ Vaak zijn het functioneel beheerders met wie hij schakelt.
En hij doet het niet alleen. Elke dienstverlening doet hij samen met een servicemanager en een service delivery manager. ‘Ik ben er meer voor de techniek en de anderen meer voor de processen.’
‘Wij zijn geen systeembeheerders.’
Wat is de grootste misvatting over dit werk?
‘Mensen denken dat wij als applicatiemanagers het operationele werk doen. Dat wij ervoor zorgen dat systemen 7 dagen per week 24 uur in de lucht zijn, door zelf achter de knoppen te zitten. Dat is in ons geval niet zo.’
Op verjaardagen komt het er in een andere vorm uit. Iedereen heeft een mening over files, dus zeg je dat je applicatiemanager bent, dan denken mensen dat jij die rode kruizen boven de weg zet. ‘Zelfs een operator kan dat niet zomaar. Maar ik kan het helemaal niet.’
Intern gebeurt hetzelfde. Collega's vragen of hij iets even kan aanpassen. ‘Nou nee, die rechten heb ik helemaal niet. Ik kan wel dingen voor je gaan regelen, maar ik kan het niet zelf doen.’
Dat betekent niet dat hij op afstand staat van de techniek. ‘Ik zit met een aantal van mijn collega's best diep in die techniek. Ik weet exact wat de systemen doen, hoe ze dat doen en waar je technische verbeteringen kunt aanbrengen.’ Alleen niet in de dagelijkse operatie: geen logcontrole, geen configuraties updaten.
Waarom faseer je systemen uit die je zelf hebt gebouwd?
Aan een deel van de systemen die Eugène nu beheert, werkte hij zelf mee toen ze werden gebouwd. Wat hij deed: programmeren, testen en uitrollen.
Inmiddels leveren navigatie-apps een breder beeld van het verkeer dan de eigen meetsystemen op het hoofdwegennet. ‘Dan merk je: de data die wij nu leveren is veel minder belangrijk dan 20 jaar geleden.’
Vindt hij dat jammer? ‘Enigszins wel. Maar het hoort erbij.’
‘Dat is ook onderdeel van applicatiemanagement, van een lifecycle. Op een gegeven moment moet je durven zeggen: nu gaan we dit opruimen.’
Het alternatief is erger. ‘Als je alleen maar nieuwe systemen blijft ontwikkelen en het oude laat staan, dan is dat op een gegeven moment niet meer te doen. Het wordt te versnipperd.’ Een systeem uitzetten dat jaren heeft gedraaid, voelt dubbel. ‘Het is misschien een beetje nostalgisch, maar het creëert ook weer ruimte om nieuwe dingen te doen.’
Zo’n besluit onderbouwt hij met een analyse, daar is hij nu mee bezig.
Wat maakt verkeersmanagement anders dan de andere domeinen?
Vooral de zichtbaarheid. ‘Bij de scheepvaart en de natte hoek wordt de gemiddelde Nederlander er minder direct mee geconfronteerd. Ja, de Oosterscheldekering moet dicht. Maar bij verkeersmanagement zie je zodra je in de auto zit de matrixborden met de kruizen. Rijd je een tunnel in, dan doet de verlichting het en werken de rooksensoren. Dat is veel zichtbaarder.’
Er is ook een technisch verschil. De systemen in verkeersmanagement waren van oudsher veel meer regionaal opgezet, terwijl de natte kant eerder is gecentraliseerd. Die migratie naar een datacenter loopt hier dus nog volop.
En er is een voorbeeld waarin je precies ziet waarom die eigen systemen nodig blijven: de wisselbaan in Noord-Holland. Data uit navigatie-apps is daar niet nauwkeurig genoeg, want je kunt er niet aan zien op welke rijstrook een auto zit.
‘Dan zit ik misschien wel op de strook ernaast, en dan zit ik niet meer op die wisselbaan. Daar zijn onze systemen dus nodig om die informatie wel te kunnen geven. Zonder deze systemen was dat een probleem geweest.’
Wat het werk ook verandert, is de aandacht voor beveiliging. ‘In de jaren ‘80 lagen we op een eiland, afgeschermd van het grote boze internet. Maar we krijgen steeds meer te maken met de buitenwereld en we gebruiken die data ook voor onze eigen bedrijfsprocessen.’ Voor een deel van de systemen gelden inmiddels Europese richtlijnen voor vitale infrastructuur.
Voor wie is dit werk geschikt?
‘Je moet interesse hebben in techniek en dan echt in de industriële automatiseringshoek.’ En je moet tegen langdurige processen kunnen.
‘Je kunt veel dingen uitproberen en er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van nieuwe technologie. Maar houd er rekening mee dat de processen soms stroef kunnen zijn.’ Dat is meteen de vervelendste kant van het werk: iets snel voor elkaar boksen lukt niet altijd.
Hij heeft er zelf een manier voor gevonden. ‘Je kunt het ook een beetje als een spelletje zien.’ En hij leunt op zijn service delivery manager. ‘Die is heel goed in het managen van die processen. Daar heb ik veel steun aan, want dat is niet mijn sterke kant.’
En blijven leren hoort erbij. ‘De laatste jaren is er veel nadruk komen te liggen op beveiliging en beschikbaarheid. Dat betekent dat je je daarin moet ontwikkelen en je krijgt er ook alle mogelijkheden voor om cursussen te volgen.’
'Je bent eigenlijk nooit te oud om te leren. Je moet wel bereid zijn om in je kennis te investeren.’
Vragen over IT?
Ook Nederland verder helpen met jouw talent?
Lees meer